Financiering


In de laatste decennia zijn instellingen in de Gezondheidszorg in toenemende mate zelf verantwoordelijkheid gaan dragen voor een efficiënt gebruik van kapitaal. De laatste belangrijke stap werd gezet met de invoering met de WTZi in 2006 waarbij in het kader van deregulering en meer eigen verantwoordelijkheid voor het zorgaanbod in het verzorgingsgebied zijn de vroegere voorschriften rondom de uitbreiding en nieuwbouw van voorzieningen (o.m. het College Bouw) afgeschaft. Hiermee is echter ook de automatische financiering van kapitaals–lasten komen te vervallen. Verder zijn voor financiers ook de vroegere overheids–garanties vervallen, waardoor ze ook nog een faillissementrisico lopen.


Voor zorginstellingen is een nieuwe uitdaging ontstaan, namelijk het voeren van vermogens- en liquiditeitenbeheer tegen een achtergrond van steeds kritischer wordende banken en financiers.


De controller als schatkistbewaarder en manager van schulden en liquiditeiten moet beschikken over een weloverwogen vermogensbeleid waarin de belangrijke beleidskeuzes zijn vastgelegd, zodat hij dit beleid efficiënt en binnen de aangegeven kaders kan uitvoeren.



Vermogensbeleid

Vermogensvorming is een zaak van meerdere jaren. Leg een expliciete vermogensdoelstelling vast en ook het groeipad daar naar toe. Dit vormt immers mede de basis voor de jaarlijkse begrotingsprocedure. Hou hierbij niet alleen rekening met 'de teller' (de omvang van het eigen vermogen in euro's) maar ook met 'de noemer' (de omvang van het risicobudget). Naarmate de productieomvang sneller groeit moet ook de vermogensomvang sneller groeien. Anders daalt de financiële buffer uitgedrukt als percentage. Vermogensvorming betekent niet altijd dat 'de broekriem aangehaald moet worden'. Om te beginnen kan de rente op het eigen vermogen die wordt vergoed binnen het WTG-buget toegevoegd worden aan het eigen vermogen. Verder kunnen behaalde rentevoordelen door WFZ-borging of optimalisatie van het leningenbeheer aangewend worden voor versterking van het vermogen zonder dat de exploitatie er door belast wordt. Als deze toevoegingen niet voldoende zijn is aanvullend beleid noodzakelijk. Het vermogensbeleid dient bij voorkeur door de Raad van Toezicht bekrachtigd te worden en opgenomen te worden in het jaarverslag.


Wat moet de vermogensdoelstelling zijn? Dat hangt sterk af van de ontwikkeling van de bedrijfsrisico's in de verschillende sectoren als gevolg van het marktwerkingbeleid. Het WFZ acht een weerstandsvermogen van 10 à 15% gepast, gelet op de huidige fluctuaties in de exploitatieresultaten. Zeker voor ziekenhuizen lijkt eerder 15% dan 10% als richtsnoer aan te bevelen. Indien in de komende periode integrale tarieven worden ingevoerd, nemen de exploitatiefluctuaties alleen maar toe. Een te laag weerstandvermogen belemmert het slagvaardig opereren op een concurrerende markt. Wie financieel dicht langs de rand van de afgrond fietst, kan zich weinig risico's meer permitteren.


Behalve het formuleren van een vermogensdoelstelling moet het bestuur, geadviseerd door de controller, financieel directeur of HEAD, ook besluiten nemen over de uitvoering: financiering lang/kort, gouden balansregel ?, derivaten ja/nee,  onroerend goed zelf financieren of huren (bijv. bij verzorgingshuizen en GGZ) etc.



Leningenbeheer

Het leningenbeheer is in zekere zin het uitvoeren van het vermogensbeleid en moet daarop zijn afgestemd. Door oplettend leningenbeheer kunt u de financiële situatie van de instelling adequaat bewaken en kansen voor verbetering benutten. Voor een goed leningenbeheer en een optimaal resultaat uit de rentenormerings–regels moet u een aantal zaken in het oog houden:.

1. Breng uw bestaande leningenportefeuille in kaart
Zet per leningcontract de belangrijkste elementen op een rij:

  1. Geldgever

  2. Rentepercentage

  3. Renteherzieningsdatum

  4. Resterende looptijd

  5. Aflossingspatroon

  6. Betaaldata rente en aflossing

  7. Voorwaarden van vervroegde aflossing (boeteclausule, opzeggingstermijn, etc.)

  8. Verstrekte zekerheden (aan geldgever of garantiegever).


Bestaande leningen vallen meestal in één van de volgende twee categorieën:


  1. Overheidsgegarandeerde leningen
    Deze zijn doorgaans verstrekt door institutionele beleggers en kennen vaak lange rentevaste periodes, variërend van 10 tot zelfs 20 jaar. Meestal kunt u pas na 10 jaar vervroegd aflossen. Boeteclausules worden meestal aangegeven in nominale percentages en soms in nominale bedragen. Op de renteherzieningsdata kunt u de gehele lening tussentijds boetevrij af te lossen.

  2. Bancaire leningen
    Hierbij gaat het om ongegarandeerde leningen die zijn verstrekt door banken. De rentevaste periodes zijn zelden langer dan 10 jaar. De mogelijkheid van vervroegd aflossen is wel aanwezig, maar is meestal niet lonend omdat deze wordt berekend op basis van de contante waarde methode. Op de renteherzieningsdatum kunt u boetevrij de gehele lening aflossen.


2. Benut de mogelijkheden van de rentenormering
In de rentenormeringsystematiek van de NZA vervalt de nacalculeerbaarheid van de bestaande lening op de eerstvolgende datum van renteherziening. Op dat moment valt de lening onder de rentenormering. Op den duur komt dus de gehele leningenportefeuille onder de normeringsystematiek.


Voor deelnemers aan het WFZ ligt het daarbij voor de hand om over te stappen op een gegarandeerde lening, aangezien dit doorgaans het meeste voordeel oplevert. Het is echter niet altijd verstandig om passief af te wachten tot de datum van renteherziening zich aandient. Als deelnemer aan het WFZ heeft u de mogelijkheid om met de bank te onderhandelen over een rentekorting. De kortingen die door de bank worden verleend, lopen sterk uiteen. Het gemiddelde is ongeveer 0,3 procent.


U kunt de lening ook vervroegd aflossen en de boeterente betalen. Voor elke lening afzonderlijk moet u berekenen of dit verstandig is. Belangrijke factoren hierbij zijn het 'oude' en 'nieuwe' renteniveau, de boeteclausules en de datum van de eerstvolgende renteherziening. Om zorginstellingen te stimuleren kritisch te kijken naar hun bestaande leningenportefeuille, hanteert de NZA het beleid dat bij vervroegde aflossing de 'oude' rente nog maximaal 5 jaar (of tot de eerstvolgende renteherzieningsdatum) vergoed blijft.


3. Laat u niet 'overvallen' door de renteherzieningsdata

Bij het afsluiten van een lening vragen zorginstellingen doorgaans verschillende offertes op, waarbij kritisch wordt gekeken naar de aangeboden rentes. Minder kritisch zijn zorginstellingen doorgaans ten aanzien van renteherzienings–voorstellen van banken. Vaak worden deze klakkeloos geaccepteerd. Dat heeft te maken met het feit dat zorginstellingen in de praktijk meestal niet letten op renteherzieningsdata. Als het moment van renteherziening daar is en de bank een voorstel voorlegt, is men vaak verrast en voelt men zich wat 'overvallen'. De tijd ontbreekt dan om te toetsen of het aangeboden rentepercentage wel markt-conform is en of het maximale voordeel ten opzichte van het normpercentage wel wordt behaald.


Kortom, het is lonend om zelf de regie in handen te nemen. Zet de renteherzieningsdata op een rij, houd ze scherp in de gaten en vraag tijdig bij verschillende geldgevers offertes aan. Bedenk ook dat u bij elke renteherzieningsdatum te maken krijgt met een opnieuw vastgestelde rentenorm van de NZA. Er is dus alle reden om net zo alert te zijn als bij het afsluiten van de oorspronkelijke lening. Het rentevoordeel voor de komende jaren hangt hier immers direct mee samen.


Op de datum van de renteherziening kan de lening volledig en boetevrij worden afgelost. U kunt op de renteherzieningsdatum een nieuw rentepercentage en een nieuwe rentevaste periode vastleggen. Het is echter ook mogelijk om daarvoor in de plaats een nieuwe lening af te sluiten. U moet zelf bepalen of u voor verlenging van de oude of voor een nieuwe lening kiest. De tips bij Hoe vraagt u een goede offerte aan?  van het WFZ kunnen u hierbij op weg helpen.


4. Zorg voor voldoende flexibiliteit in uw leningenportefeuille

Het is heel belangrijk dat u voor voldoende flexibiliteit in de leningenportefeuille zorgt. De wereld staat immers niet stil. Een portefeuille met alleen maar 40-jarige leningen kan een misplaatst gevoel oproepen van zekerheid.


Bij de samenstelling van de leningenportefeuille zijn de volgende aandachtspunten van belang:


Tegelijk met de invoering van de lange rentenormering is het 'protocol evenwichtig balansbeheer' ingevoerd. Dat schrijft voor dat 80 procent van de vaste activa met langlopend vermogen moet zijn gefinancierd. De verdeling tussen korte financiering (looptijd < 2 jaar) en lange financiering (looptijd > 2 jaar) is hiermee goeddeels vastgelegd.


De looptijd en aflossingstermijnen van langlopende leningen moeten worden afgestemd op de vaste activa. De aflossingscapaciteit op leningen wordt bepaald door de jaarlijks beschikbaar komende afschrijvingen op activa. In het ideale geval loopt de boekwaarde van de activa parallel met het saldo van de leningen. Een verkeerde keuze van de looptijd van de leningen kan op termijn leiden tot overfinanciering. Ook bij nieuwe leningen voor nieuwe investeringen moet u rekening houden met de bestaande financieringsstructuur. Het is daarom van belang dat u een volledig overzicht maakt van het verloop van boekwaarden en saldi van leningen door de jaren heen.


Eventuele toekomstige veranderingen kunnen er toe leiden dat de financieringsstructuur moet worden aangepast. Als alle leningen in langlopende contracten zijn vastgelegd, dan kunt u als instelling niet flexibel reageren. Richt de portefeuille daarom zo in dat sprake is van verschillende leningen, waarvan er elke 1 à 2 jaar één aan renteherziening toe is. Een variant hierop is het verkorten van de contracttermijn van leningen, zodat aan het eind van de looptijd het saldo in één keer moet worden afgelost.

Om de puntjes op de i te zetten verdient het ook aanbeveling om naar de betaaldata van rente en aflossing te kijken. Spreiding van de data voorkomt pieken in de liquiditeit.





Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Wij komen graag langs voor een vrijblijvende kennismaking.


Van de website van Ernst & Young:

- Brochure Treasury Management

Contact

info@zorgincontrol.nl

(T) 06-24486892

  1. Zorg In Control

  2. Uw partner op het gebied van financial control in de Gezondheidszorg.


  3. Onderdeel van Psilo Vouno Management  BV (C) | KvK nr  8202181 KvK Oost-Nederland

  4. Homepage   | Contact   |  Vacatures   |  Disclaimer   |   Privacy   |  Sitemap  

  5. Op al onze pagina’s zijn de volgende terms of use van toepassing

CONTROLLERIntroductie.html
NieuwsZorg_Nieuws/Zorg_Nieuws.html
LinksLinks.html
FINANCIEEL BELEIDFinancieel_beleid.html
VastgoedVastgoed.html
MarktwerkingMarktwerking.html
CONTROLControl.html
Cost ControlCost_Control.html
ComplianceCompliance.html
RAPPORTAGERapportage.html
Interne rapportagesInterne_rapportages.html
AnalyseAnalyse.html
SERVICESServices.html
AanpakAanpak.html
ContactContact.html
IntroductieIntroductie.html
Financiering
ProductieProductie.html
Externe VerslaggevingExterne_verslaggeving.html
TeamTeam.html

Zorg In Control




www.zorgincontrol.nl

Zorg In Control

Arnhemsestraat 94

6974 AL  Leuvenheim

(T) 085-8770302  (F) 0575-741820

(E) info@zorgincontrol.nl

KvK nr  08202181

VacatureTeam.html